• t 054 522 1300
← Terug naar overzicht

Terminologie

De terminologie, jargon, die bij houtconstructies wordt gebruikt is zeer uitgebreid. Wij hebben op onze website zoveel mogelijk geprobeerd een begrijpelijke omschrijving te gebruiken in plaats van terminologie. Soms is dit echter niet te vermijden. Voor de terminologie die op onze website wordt gebruikt, vindt u hieronder de uitleg daarvan:

CNC machine: de betekenis van CNC is Computer numerical control. Een CNC machine is een computergestuurde machine welke snel en nauwkeurig hout bewerkt.

Deuvel: een ronde houten staaf, blok of schijf voor het bevestigen, verbinden van twee elementen en zo verschuiving tegen te gaan. Wordt ook wel duvel of drevel genoemd.

Gebint: een gebint is een constructie van twee of meer verticaal geplaatste stijlen die met elkaar verbonden zijn.

Gording: een balk tussen of over de stijlen van twee kapspanten (dakspanten). Een gording kan recht of rond zijn.

HSB: staat voor houtskeletbouw. HSB elementen vormen de draagconstructie van een gebouw.

Korbelen: Wordt gebruikt voor elementen, meestal driehoekig van vorm, die uit een muur steken en die dienen om een verticaal gewicht te ondersteunen of om een hoek te versterken door het gewicht te verdelen over het oppervlak van de structuur waaruit ze steken. Soms zijn ze meer decoratief dan functioneel.

Nagels: ook wel steeknagel genaamd. Een nagel is een spijker.

Pen: een stuk hout met een verdund uiteinde. Wordt gebruikt om in een gat van een ander element te steken en af te dichten. Vandaar de benaming pen-en-gat verbinding.  

Poer: een poer is een element op de grond of op een paalfundering dat een bouwwerk draagt.

Rabatdeel: een plank voorzien van een groef aan de onderkant en aan de bovenkant een geschulpte rand. Zo kunnen rabatdelen in elkaar geschoven worden. Rabatdelen worden gebruik voor het afdichten van wanden. Door de vorm van de geschulpte rand wordt voorkomen dat regenwater tussen de planken komt.

Schoor: een element met twee functies 1) de hoek verstijving en 2 ) steun geven. Geschoord betekent: gesteund.

Spanten ofwel kapspanten: dragen de onderdelen van een kapconstructie en staan dwars ten opzichte van de nok van het dak.

Stijlen: zijn dragende ‘benen’, verticaal geplaatst.

Wig: Ook wel keil genaamd. Het is een plat stuk hout met één brede kant. Een wig wordt gebruikt om houtverbindingen te verzekeren, af te grendelen door ze door een spleetvormige opening te drijven.

Deuvel

Gordingen

Korbelen

Pen